subscribe to the RSS Feed

Hart voor de schepping

André Kuipers vertelt regelmatig over zijn ervaringen in de ruimte. Hij vertelde eens: “Toen ik in het ruimtestation een baan om de Aarde draaide overviel me een werkelijk kosmisch gevoel. Dit gevoel kenmerkt zich door een ander, weidser perspectief. Ineens weet je, voel je, dat je onderdeel bent van een stel bollen die om elkaar heen draaien, en dat je dus deel bent van het zonnestelsel. Pas toen ik het echt zag en meemaakte ontstond dat diepe besef.” Daarboven realiseerde hij zich ook hoe kwetsbaar de Aarde is, slechts beschermd door een hele dunne dampkring.

Voor zover wij nu weten is de Aarde de enige planeet waarop het krioelt van leven. Waar het land zich tooit met gras, zaadvormend gewas en vruchtbomen. Waar het water wemelt van vissen en andere dieren en vogels vliegen langs het hemelgewelf. Waar wilde en tamme dieren lopen en kruipen op het land. En alle schepselen, alles wat ademhaalt looft de Heer. De Aarde is ook de plak waar de mens mag wonen, te midden van al die schepselen. De Aarde is ons gemeenschappelijke huis. Hoe bijzonder is dat!!

Toch is de Aarde slechts een klein stipje in dat immense universum. En wij mensen zijn eigenlijk niet meer dan een stofje in dat grote geheel. Desalniettemin heeft God de Aarde en de mens aan elkaar toevertrouwd en ons een verantwoordelijke opdracht meegegeven: om goed voor de Aarde, met alles wat leeft en ademhaalt, te zorgen.

Om het leven in goede banen te leiden kennen we geboden, wetten en regels. Een paar hele basale hebben we van God ontvangen, zoals heb uw naaste lief. We hebben er zelf oneindig veel gemaakt. En de natuur geeft ons wetten. En het is van het grootste belang dat wij ook die wetten respecteren zegt Paus Franciscus in Laudato Si’. Zij geven de kaders aan waarbinnen het leven zich kan afspelen, waaraan we onze eigen wetten kunnen toetsen. Zij kunnen richtlijnen zijn voor ons economisch systeem. Een gezond ecosysteem bijvoorbeeld, kenmerkt zich door kringlopen, diversiteit, veerkracht en balans. Een gezonde economie zou dus ook circulair moeten zijn, waar we grondstoffen hergebruiken en alles deelneemt aan de kringloop van het leven. De natuur laat ons immers zien dat een economie, die gericht is op oneindige groei, onhoudbaar is. In de natuur bestaat geen oneindige groei. We leven op een planeet met eindige hulpbronnen.

In de lezingen van vandaag gaat het ook over voorschriften en bepalingen. En dan vooral hoe en waartoe deze nageleefd moeten worden. In de eerste lezing legt Mozes aan het volk uit hoe ze de geboden van God moeten onderhouden. De inhoud van de geboden wordt nog niet vermeld, maar de bedoeling wel. Ze zijn bedoeld als richtlijnen voor een klein volk dat is vrijgemaakt uit de afhankelijkheid en onderdrukking in Egypte, en op weg is naar een leven van zelfbepaling en onafhankelijkheid. De voorschriften zijn erop gericht gelukkig en vrij te leven in het nieuwe land. Als het volk zal handelen naar de geboden zal er een maatschappij ontstaan waarin het goed leven is voor iedereen, met en voor elkaar, met liefde en respect voor elkaar.

Hoe staat het eigenlijk met onze wetten en regels? Vele zijn wel OK, zoals bijvoorbeeld de verkeersregels die ervoor zorgen dat we veilig van A naar B kunnen komen. Maar er zijn ook wel heel veel wetten die we vervelend vinden of beperkend, of zelfs onrechtvaardig. In het licht van de Bijbelverhalen van vandaag mogen we misschien concluderen dat dat komt omdat veel wetten niet gericht zijn op het welzijn van de gehele samenleving. Maar dat ze gericht zijn op economische groei, op voordelen voor multinationals. Dat ze sommige groepen in de samenleving macht geven over andere groepen. En uitsluiting en ongelijkheid met zich meebrengen.

Ik denk aan de twee kinderen Howick en Lili die al 10 jaar in Nederland wonen. Volgende week worden ze uitgezet naar Armenië, hun moeder achterna die vorig jaar al naar Armenië terug moest. Volgens de Raad van State lopen de kinderen daar geen gevaar. De vraag is echter of hun moeder daar wel voor hun kan zorgen. Dan denk ik: Zou apostel Jakobus dit soort situaties voor ogen gehad hebben toen hij schreef: Neem met zachtmoedigheid het woord van God aan dat in u werd geplant en wees uitvoerders van het woord. De Raad van State staat weliswaar in haar recht, alles is volgens de regels gegaan, zegt zelfs de advocaat van de kinderen. Maar als we met ons hart luisteren, voelt het niet goed.

Precies die starre houding, zoals van de Raad van State, wordt door Jezus in het evangelie aangeklaagd. Jezus vaart uit tegen de farizeeën. Wat hij ziet is hoe ze alle regels precies opvolgen. Ze zijn zuiver in de leer. Niks op aan te merken. Alleen hun binnenkant is leeg. De liefde is eruit. Jezus zou wensen dat ze met mildheid, met hun hart, met liefde met de regels om kunnen gaan. Hij zegt als het ware tegen hun, maar dus ook tegen ons: “Besef je je wel dat door hartvochtig wetten toe te passen, je mensen het leven ontneemt?” Weet je wel dat de wet, de Tora, ‘richtingwijzer’ betekent en geen ijzeren wet, maar de wet van het hart? En de wet van het hart, de liefde, die laat je ontdekken wat je leven nu echt rijk maakt.

Leven met hart voor de scheppen is ook leven met hart voor elkaar. En dan hebben we eigenlijk niet meer nodig dan dat belangrijkste gebod, in feite een driedubbelgebod: Dat we God, onze naaste en de Aarde liefhebben.

Desondanks besluit ik toch met nog een gebod: met het laatste gebod van de 10 geboden voor het milieu die Paus Benedictus ons heeft gegeven. “Alles is een gave”, zegt dat gebod. Heel de schepping is een gave van God. Met dit geschenk openbaart God zijn liefde en goedheid aan ons. Heel de schepping is doordesemd van zijn liefde. In Laudato Si’ staat dat prachtig als volgt verwoord: “Het heelal ontwikkelt zich in God die het geheel vervult. Er is dus een mysterie te aanschouwen in een blad, een pad, de dauw, het gelaat van de arme.”

Ik hoop dat u en ik, wij allemaal zo nu en dan een glimp van dat mysterie mogen zien. Dat we vervuld raken van verwondering, dat we kunnen leven vanuit dankbaarheid, met vreugde en innerlijke vrede. En dat we bezield worden en de innerlijke kracht en wil hebben om te leven met hart voor de schepping.

Marjolein Tiemens-Hulscher, 2 september 2018