subscribe to the RSS Feed

Coronadeceptie

Hans Meek, 20 juli 2021

‘Het virus’ is nu twee jaar onder ons en is niet onopgemerkt gebleven, om het zwak uit te drukken. De wereld lijkt totaal veranderd. Grenzen worden gesloten, mensen mijden elkaar. De ene na de andere verplichting wordt van bovenaf opgelegd onder leiding van de volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Alles met goede bedoelingen uiteraard, om kwetsbaren te beschermen, om ziekenhuispersoneel te ontzien, om sterfte te beperken. Een ongekende verandering met grote impact binnen slechts twee jaar. Alleen al In Nederland is hieraan een extra bedrag van ca 100 miljard euro belastinggeld uitgegeven. Mondiaal zijn de bedragen astronomisch.

Wat een contrast van dit streven naar gezondheid met het streven naar duurzaamheid. Hoeveel jaar wordt er al niet vergaderd over vermindering van CO2 uitstoot zonder zichtbaar resultaat. Te duur en slecht voor de economie. Hoe traag is de reactie op de stikstofvergiftiging van lucht, water en bodem. Rechters moeten er aan te pas komen om de onwillende overheid en multinationals te dwingen er iets aan te doen. Zo snel als we reageren op het coronavirus met adequate en kostbare maatregelen, zo traag, zuinig en inefficiënt doen we dat waar het duurzaamheid betreft. Terwijl zorgelijke rapporten over klimaat en biodiversiteit over elkaar heen buitelen en hittegolven en overstromingen aan de orde van de dag zijn. Waarschijnlijk zullen de duurzaamheidsproblemen op termijn – en doen ze dat nu al –  meer slachtoffers en sterfte veroorzaken dan het coronavirus.

 

Duurzaamheid in de ijskast gezet

Tijdens de eerste coronagolf merkten we hoe rustig het werd zonder vliegtuigen in de lucht en met sterk beperkt auto- en treinverkeer en minder intermenselijke hectiek. Er gloorde hoop op het doorzetten van deze trend en een nieuw, duurzamer normaal. Niets bleek minder waar. Vervuilende activiteiten als vliegen, zware industrie en vleesproductie werden uitgezonderd van strenge maatregelen. Niet vervuilende culturele en sociale activiteiten werden daarentegen langdurig verboden. Duurzaamheid wordt wederom in de ijskast gezet om de economie te laten doordenderen. Hetzelfde geldt helaas voor onze zorg voor vluchtelingkinderen in opvangcentra of asielzoekers die wanhopig verdrinken in de Middellandse zee, het vaccineren van mensen in arme landen. Allemaal nu even niet, te duur, niet opportuun, we hebben dringender zorgen. Ziedaar mijn coronadeceptie: teleurstelling dat het nieuwe normaal business as usual blijk te zijn.

 

Dun masker

Het hemd van de eigen gezondheid nu blijkt nader dan de rok van de duurzaamheidsslachtoffers elders en later. Zo veel als we over hebben voor onze eigen gezondheid en levensverlenging, zo weinig lijken we ons te bekommeren om een menswaardig en duurzaam bestaan van anderen en onze kinderen en kleinkinderen.  Natuurlijk niet bewust, maar wellicht is dat het meest verraderlijke: dat het onbewust gebeurt, dat we in feit niet beseffen wat we doen. Ook niet beseffen dat onze onduurzame samenleving met intensief reizende mensenmassa’s die in extreem dicht bevolkte steden wonen de ideale voedingsbodem vormen voor het coronavirus en andere besmettelijke ziekten. Ik ervaar het als beschamend en ontmaskerend: Ons streven naar solidariteit, menswaardigheid en duurzaamheid lijkt een dun masker dat wegwaait bij coronategenwind.

 

Zout op aarde

Ik zou denken dat hier een taak of zelfs opdracht ligt voor de kerken en religie. Religie in de letterlijke zin van verbinding, verbinding van mensen onderling, mensen nu en later, mens en dier, mens en milieu. Tot nu toe lijken de kerken vooral mee te zuchten onder de beperkende coronamaatregelen die bijeenkomsten ontraden en zingen min of meer verbieden. Waarna groot hoera geroep klinkt als dat dan wel weer kan. Maar gaat het daarom, is dat het zoutend zout op aarde?  Niemand leeft voor zichzelf, zingen we regelmatig, maar in coronatijd weer even wel? Tijd om ons te bezinnen op onze rol in de samenleving. Op de kracht van geloof en religie om boven onszelf en onze angst uit te stijgen. Het lijkt me een mooie besteding van deze zomer om ons daarop te bezinnen om elkaar daarna met hernieuwde energie te bezielen. Ik wens u daarbij veel zomerse inspiratie toe.