Hans Meek, 9 augustus 2025

Deze zomer is bijzonder voor mij, want onze jongste zoon gaat in augustus trouwen. Hij gaat zelfs een internationale relatie aan, want hij huwt een Française in Frankrijk. Onze zoon en zijn toekomstige vrouw zijn al enkele jaren bezig een biologische boerderij op te zetten en te exploiteren. Beiden hebben ze een goede opleiding en positie gehad als landschapsarchitect respectievelijk internationale handelsdeskundige. Maar in toenemende mate voelden ze zich ongelukkig in hun moderne grootstedelijke woon- en werkomgeving. Ook raakten ze vanuit hun expertise bezorgd over de kwetsbaarheid, energieafhankelijkheid en milieuschade van de huidige industriële voedselproductie. Overigens zonder elkaar te kennen, de een in Frankrijk, de ander in Nederland.
Elkaar gevonden
Mijn zoon besloot enkele jaren geleden een sabbatical te nemen en een vriend te helpen bij het opzetten van een biologische boerderij in Frankrijk, waar hij zich al snel als een vis in het water voelde. En…. u raadt het al, een Française ontmoette waarmee het klikte en de vonk oversloeg. Zij was net een biologische kaasmakerij aan het opzetten en ze besloten om daar samen aan verder te werken.
En zo hebben wij als ouders het biologische boerennetwerk in Frankrijk leren kennen. Met veel academisch opgeleiden die uiteindelijk meer voldoening vinden en letterlijk beter aarden aan de basis van de voedselketen dan ergens in de anonieme top van de stedelijke maatschappij. Ze kiezen voor een eenvoudig en sober bestaan, maar wel met veel saamhorigheid, burenhulp en passie voor eerlijke voedselproductie zonder schade aan natuur en milieu. Sterker nog, met vergroting van de biodiversiteit bij het omzetten van traditionele landbouwgronden in biologische beheerde percelen.

De grond van de kerk
Het opzetten van een nieuwe biologische (kringloop)boerderij is in Nederland veel moeilijker dan in Frankrijk wegens de buitensporig hoge (landbouw)grondprijzen, 10 tot 15 keer hoger. Toch is het een onontkoombare basis voor een duurzame wereld, respectvolle omgang met natuur en milieu en het oplossen van o.a. de stikstofcrisis. Het is onmisbaar voor heelheid van de schepping en zou dus een belangrijk aandachtsgebied moeten zijn voor de kerken in Nederland. Zeker als ze het predicaat groen dragen. De gezamenlijke kerken hebben veel geld en grond. Het ledental en hun diaconale behoeften daalt echter. De krimpende kerk kan haar bezit in toenemende mate vrij besteden. Ligt het dan niet voor de hand om te investeren in biologische landbouw? Bij voorbeeld in samenwerking met de vereniging ‘Heereboeren’ of andere organisaties op het gebied van biologische kringlooplandbouw en burgerparticipatie.
Onderzoek
In een lezenswaardig artikel van Jaap Terpstra in het mei nummer van ‘De Linke Wang’ kunnen we lezen dat er zeker beweging is in deze richting. Bij de Protestantse Theologische Universiteit loopt een project om de theologische relevantie van het begrip grond te onderzoeken en de betekenis daarvan voor een duurzame besteding van kerkelijke gelden en gronden. En in Friesland beijvert de Stichting Alde Fryske Tserken zich om bij vernieuwing van pachtcontracten in te zetten op duurzaam beheer en stimulering van biologische landbouw en veeteelt.
De titel van het artikel van Terpstra luidt: ‘Duurzaam beheer of maximaal rendement?’ Zelf had ik helaas in onze plaatselijke kerk de teleurstellende ervaring dat er na het vrijkomen van kerkelijke gelden niet werd gekozen voor investeren in duurzaam biologische beheerde grond, maar toch weer voor maximaal rendement. En dat terwijl onze kerk zich een groene kerk noemt. Het lijkt dan meer op greenwashing dan een serieuze pogingen tot vergroening!
Fête de campagne
Ik ga een ‘fête de campagne’ vieren in Frankrijk, een biologische boerenbruiloft met eenvoudige, eerlijke biologische producten in een biodivers kleinschalig landschap. Met de wens dat biologische voedselproductie ook in Nederland kan groeien en bloeien, mede door steun en participatie van kerkleden en de inzet van kerkelijke gelden en gronden. In de hoop dat we daardoor ook in Nederland nog vele duurzame maaltijdvieringen tegemoet kunnen zien.