Spring naar inhoud

Gebed en inzet, continua

Jo Jan Vandenheerde, 15 september 2025

In 2014 mocht ik mijn kerkelijk examen afleggen in de Lutherse Kerk in Groot-Brittannië. De bisschop toen gaf mij als opdracht een boekbespreking: Gunnar Wertelius, Ora Continua: das Verhältnis zwischen Glaube und Gebet in der Theologie Martin Luthers. Geen gemakkelijk werk, maar toch eentje waar ik veel van geleerd heb.

Gebed voor Luther is relatie, een vasthouden van God en niet loslaten, een volledig vertrouwen. In gebed ontmoeten we onze Schepper, maar leren we ook onszelf kennen. En wanneer we onze Schepper en onszelf tegenkomen dan ook onze naasten als onszelf en de gehele Schepping. Gebed plaatst de Schepper opnieuw in het centrum van het leven.

Daarom dat de duivel, die voor Luther net zo echt was als God zelf, steeds tracht om ons gebedsleven te verstoren en onze relatie met de Schepper te vertroebelen. De duivel is anti-gebed. God geeft, maar de duivel neemt, niet alleen spiritueel, ook existentieel.

Het is ons niet altijd duidelijk wanneer ellende, pijn en dood ons leven treffen, maar God is daar aan het werk. God rekt als het ware ons geloof uit in de moeilijkheden en gebruikt de verleidingen van de duivel ook om ons ten goede te veranderen, ook al herkennen we God niet altijd op dat moment. Door deze donkere plekken heengaan is intrinsiek menselijk.

Voor Luther zijn die Anfechtungen bedoeld om ons te breken, om ons in gebed op onze knieën te dwingen, om ons te doen beseffen dat we dingen niet zelf kunnen; het maakt ons leeg en dan staan ​​we open voor God en kan God ons opnieuw scheppen. Er opent zich een ruimte, een leegte die God kan vullen, waar geloof op kan vertrouwen. Gebed kiest Gods kant en daarmee de kant van de Schepping en aldus de kant van het leven. Het is een voortdurende schepping en vereist een voortdurend gebed (oratio continua): gebed als scheppingsdaad.

Schepping nader bekeken

Schepping is een werk van de Geest, net zoals gebed. De Geest doet ons immers “Abba! Vader!” roepen. Dit werk van de Geest gaat door, overal, altijd, continua.

Hoe vertaalt zich zoiets naar onze eigen 21e eeuw, want een duivel met hoeven een hooivork die naar sulfer riekt, behoort voor de meeste mensen, ook christenen, niet meer tot hun wereldbeeld.

Misschien is het nuttig om het thema Schepping nog eens nader te bekijken. Als Schepping betekent dat er een verwoestende chaos wordt geordend en de leegte wordt gevuld met zin, liefde en waarde, dan zouden we de duivel kunnen uitleggen als iemand die zich hiertegen verzet. Niet alleen draagt ​​de 'tegenstander' niet bij aan de Schepping (non-schepper), hij probeert deze ook ongedaan te maken (ont-schepper).

Biddende handen van Albrecht Dürer
Bron: Google Art Project

En bidden doen we niet enkel met woorden, ook met daden. Schepping is niet enkel theoretisch, God sprak en dingen gebeurden, ontstonden.

Hoe scheppen wij, christenen en de kerken, een nieuwe wereld van vrede en rechtvaardigheid? Hoe kwijten wij ons van onze roeping als medewerkers, mede-tuiniers, in Gods wijngaard?

Enkel met mooie preken, holle woorden en loze beloftes? Of met actie geworteld in een robuust gebedsleven? Enkel door achter gesloten kerkdeuren de liturgie te vieren? Of door de deuren ook wagenwijd open te gooien en de naaste te verwelkomen?

U kent ongetwijfeld het gezegde: “Geef een man een vis en hij eet voor een dag. Leer hem vissen en hij eet zijn leven lang.” Maar waarom kunnen wij hem niet voeden terwijl we uitleggen hoe je moet vissen? Theorie en praktijk moeten in evenwicht zijn.

Heel maken

Tijdens hun rondreis passeren Jezus en de leerlingen op een dag via Jericho. Schijnbaar uit het niets klinkt er een stem uit de menigte: "Jezus, Zoon van David, wees mij genadig!" Een wanhopig gebed, vanuit het diepste van de menselijke ziel.

De kreet komt van een blinde man. Een man met een lichamelijke beperking, misschien vanaf zijn geboorte, misschien door een ongeluk, misschien door een gewelddadige daad, we weten het niet. Wat we wel weten, is dat in Jezus' tijd een lichamelijke beperking werd gezien als een gevolg van zonde. Het was iemands eigen schuld. Het betekende een leven van isolatie, rituele onreinheid, armoede en soms prostitutie en criminaliteit. De blinde man is niet alleen blind, hij is verlaten, verworpen. Zijn plaats in de maatschappij, in de Schepping, is verstoord.

Jezus, op weg naar Jeruzalem om te sterven, stopt en laat de man bij hem brengen. Ook dit kleine onderdeel van de Schepping wil hij rechtzetten, heel maken.

Teresa van Ávila, een 16e-eeuwse rooms-katholieke heilige, mystica en kerklerares, schreef:

"Christus heeft geen ander lichaam op aarde dan het onze,
Geen handen dan de onze,
Geen voeten dan de onze,
Van ons zijn de ogen waardoor Christus met mededogen naar de wereld kijkt;
Van ons zijn de voeten waarmee Hij rondgaat goede daden verrichtend;
Van ons zijn de handen waarmee Hij de mensen nu zegent."

En dit verhaal gaat door, in een wereld dat constant nood heeft aan zegen, gebed en inzet, continua.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *