Daan Savert, 14 maart 2026

Deze column is te laat. 10 maart had hij af gemoeten, en dat is dus niet gelukt. De deadline stond al een poosje, maar zoals dat dan gaat, werd het op het laatst ineens moeilijk. Toen ik dat schoorvoetend te kennen gaf, bleek het geen punt als de column een paar dagen later zou komen. Kijk, dat liet ik me geen twee keer zeggen. Ik hou van vrijwel alles wat uitgesteld wordt.
Jammer was wel dat het nu ook met de inspiratie niet zo wilde vlotten.
Nee, ik heb het nog steeds niet onder de knie. Als ik in mijn agenda zie dat ik meerdere deadlines in één week heb, raak ik in een paniekerige kramp. Dit lukt me nooit, denk ik dan. En als het me niet lukt om alles af te ronden, dan is de kans groot dat ik aan helemaal niets begin. Dood aan de deadlines dus.
De tijd en wij, wij en de tijd

Het liefst werk ik niet omdat het moet, maar vanuit een intrinsieke motivatie. Niets heerlijkers dan dat. Toch leert de ervaring dat mijn intrinsieke motivatie voor het één er vooral is als ik met het ánder bezig ben. Verder betekent intrinsiek bij mij vooral ‘van binnen’, en dat wil zeggen dat er van buiten weinig tot niets gebeurt.
Te veel tijd, te weinig tijd, het is nooit goed.
Schrijver en dichter Kathleen Norris schreef in 1996: ‘In onze beschaving lijkt tijd soms een vijand, we worden erdoor opgevreten en uitgespuugd, met een schrikwekkend gemak.’ Haar woorden hebben niets aan waarheid ingeboet. De Raad voor Volksgezondheid spreekt inmiddels van een ‘hypernerveuze samenleving’, waarin ‘prestatiedruk, versnelling en individualisme zijn doorgeschoten en het welzijn van jong en oud ernstig bedreigen.’
Hangen de ecologische crisis en de tijdscrisis met elkaar samen? Ik denk het wel.
Liefdevolle aandacht
Jezus zegt in Matteüs 6: ‘Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren; het is jullie hemelse Vader die ze voedt. […] Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. […] Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.’
Jezus nodigt ons uit stil te staan bij de schoonheid van de wereld om ons heen. Kijk eens hoe stressloos de vogels en de lelies hun dagen slijten. Neem een voorbeeld aan hen, maar kíjk ook eens echt goed naar ze. Dat kijken, die vorm van liefdevolle aandacht, doet iets met onze ervaring van de tijd. Andersom geldt ook dat als we achteloos met die schoonheid omgaan, we daar een bittere hypernerveuze prijs voor betalen.
Geschenk van God
Kathleen Norris schreef haar woorden over de tijd in het boek De Kloostergang, waarin ze vertelt over haar onderdompeling in het benedictijnse kloosterleven. Ze gaat verder: ‘In de monastieke visie […] wordt ‘tijd’ verwelkomd als een geschenk van God en probeert men er goed gebruik van te maken in plaats van zich erdoor te laten opgebruiken. […] Liturgische tijd is in wezen poëtische tijd, eerder georiënteerd op proces dan op productiviteit, bereid aandachtig in stilte te wachten in plaats van altijd maar te jagen om ‘de zaken af te handelen’.’
De tijd is net zo goed onderdeel van de schepping als de vogels, de lelies en wijzelf. Kunnen we hem verwelkomen als een geschenk van God? Of kunnen we hem, op z’n franciscaans, begroeten als broeder Tijd?
Ja, deze column is te laat, en toch kwam die op het goede moment.